
Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart
Artikel 5
1
Onze Minister kan verbieden zonder door hem verleende algemene of bijzondere vergunning:
a
te bewerken of ertoe mede te werken, dat een schip onder de vlag van het Koninkrijk in eigendom, in gebruik of ter beschikking wordt overgedragen;
b
als eigenaar, reder of kapitein van een schip onder de vlag van het Koninkrijk te bewerken of ertoe mede te werken, dat een schip een vaart, een reis of een reeks van reizen aanvangt dan wel vervolgt.
2
Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden; deze voorschriften kunnen niet strekken tot beschikbaarstelling van scheepsruimte.
3
Onze Minister kan bepalen, dat geen handeling tengevolge heeft, dat een schip onder de vlag van het Koninkrijk zijn hoedanigheid als bedoeld in artikel 1, b, onder 1°, 2°, 3°, 4° of 5° verliest dan wel de hoedanigheid verkrijgt van schip van een der andere delen van het Koninkrijk, tenzij door hem is verklaard, dat tegen het verlies, onderscheidenlijk tegen de verkrijging dier hoedanigheid geen bezwaar bestaat.
4
Een verbod krachtens het eerste lid en een bepaling krachtens het derde lid worden bekend gemaakt in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in de Landscourant van Aruba.
iii
Vordering van scheepsruimte
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.